Je kan het nauwelijks over de Descendres hebben zonder de edele figuur Clovis te vermelden, de onbetwiste koning, van de stropers uit de buurt, die het grootste deel van zijn leven in een takkenhut midden in het bos woonde.
Verbannen uit Frankrijk, uit het groot hertogdom Luxemburg en uit Duitsland, dag en nacht achtervolgd door de Belgische marechaussee, kon hij steeds, als de extreme kou hem uit zijn hut joeg, rekenen op de zorg en medeplichtigheid van alle bewoners uit Olloy sur Virion om hem te verbergen als hij werd gezocht.
Clovis Descendre was een randfiguur, in die zin dat hij geen beroep uitoefende, Het was een eerste klas stroper,
de allergrootste boszwerver van die streek uit die tijd.
Hij werd beschouwd als een gallier, een vrijbuiter die beweerde te leven als zijn voorouders,
door zijn instincten de vrij loop te laten.
Hij was onverbeterlijk wat betreft het stropen en het smokkelen, omdat de franse grens dichtbij was.
Hij werd heel naief benoemd tot jachtopziender door de grote jachtheren, hij stroopte natuurlijk niet meer op die jachtterreinen waar hij jachtopziender was, maar op de nabijgelegen jachtvelden.
Hij werd hiervoor trouwens tot 22 maanden gevangenisstraf waarvan 12 maanden in Frankrijk en 10 in Belgie.(Dinant)
Hij overleed in armoede aan een ernstige ziekte.
Deze Kelt, de zo passende bijnaam die Joseph Chot hem gaf, rust bijna onbekend op het kerkhof van Olloy.

Info: 2 boeken geschreven door Mr Joseph Chot, die trouwens in Olloy Sur Virion heeft gewoond.
Joseph Chot heeft Clovis Descendre goed gekend.
Deze  boeken gaan niet alleen over Clovis Descendre, maar vertellen anecdotes uit die tijd.
Deze boeken heten: Bij het vuur  (Au Coin du feu), Uitgegeven in 1936.
Een vrolijke frans (Un Gai Luron,) uitgegeven in 1933.Uitgegeven door boekenhandel Vanderlenden te Brussel.

(mocht u in het bezit zijn van het boek Bij het vuur (Au coin du feu) uit 1936. houden wij ons zeker aanbevolen)

FERDINAND (CLOVIS) DESCENDRE  (1868-1912. de beruchte stroper.)